Tussen Laan en Steenweg

Heerlijk, het is begin januari en ik ben net terug van een zalige wandeling in de zon. Fantastisch en zeker welkom om mijn depressie te bekampen.

Wat vreselijk is dat woord depressie toch. Zo vreselijk dat het gelijk een motivatie is om het zo snel mogelijk uit je woordenschat te kunnen verbannen.

Het is ook overal, maar het dekt niet overal dezelfde lading of zo lijkt het toch. Daarmee kan je best voorzichtig zijn, met hoe iets lijkt, want wie kan er oordelen over de omvang van de lading van iemand anders?

Terwijl ik door onze straat ga over het pas aangelegde voet- en fietspad valt het mij op hoe mistroostig deze laan in een dorp buiten de stad eigenlijk is, typisch Vlaams. Moest de zon niet schijnen, mijn depressie zou opslag verdubbelen in omvang. Achter elke deur schuilt er toch een trots van de bewoners.

De alles met elkaar en vooral met muziek verbindende jukebox in mijn hoofd begint spontaan “Dit is mijn huis” van De Mens te spelen.

Het uitzicht van de straat staat voor mij voor hoe ik het leven nu aanvoel. Allemaal verschillend, onverbonden. Daar worstel ik mee.

Tegelijk wordt verbondenheid en “allemaal” samen gepredikt in de strijd tegen die grote bedreiging voor onze samenleving, dat virus, u weet wel.

Ik sta alleen en ik zal nog vele wandelingetjes tussen laan en steenweg mogen afleggen voor ik daar klaar mee ben.

Er gaat weer 50 cent in de jukebox en “Als de zon schijnt” van AndrĂ© van Duin weerklinkt.

Mijn hoofd, mijn vloek en mijn zegen brengt mij waarschijnlijk nog ver over onbekende wegen.

Geef een reactie